Op Leren.nl vind je online cursussen en links naar duizenden kennisbronnen over allerlei onderwerpen.

Wat wil jij leren?

"Paperwhite" Kindle, de ultieme lezers ervaring.

Highlights

Wilt u ook een goed ogende website zoals deze? Met Artisteer bent u in een paar minuten een webdesign expert. Zonder technische vaardigheden zoals het coderen van de XHTML en CSS, zonder dure fotobewerkings programma's en dure webontwerp software:

Artisteer - CMS Template Generator

lees meer

Vertaler, een robuust en mooi ontwerp, dat
zowel oorspronkelijke als romeinse tekens weergeeft:

Met het krachtige en flexibele open-source content management system Drupal, maak je simpele tot heel complexe websites. Met behulp Artiseer genereer je zonder technische kennis een fantastisch Drupal sjabloon.

Artisteer - Drupal Theme Generator
an image

Irene Droppert
Nederlands - Modern Grieks
Vlaardingen-Nederland

Een bijwoord geeft extra informatie in een zin!

 

In het MG zijn de bijwoorden onverbuigbaar, maar zoals bij de bijvoegelijke naamwoorden hebben zij ook trappen van vergelijking!

We hebben te maken met:

Bijwoorden zijn woorden die werkwoorden, bijvoegelijke naamwoorden, andere bijwoorden, zelfstandige naamwoorden, getallen en hoeveelheden kunnen wijzigen. Ze geven ons informatie over de begrippen plaats, tijd, wijze, hoeveelheid of getal, ontkenning of bevestiging en aarzeling.

In de volgende lijst worden diverse kenmerken van bijwoorden weergegeven:
  • 1. bijwoord van wijze (manier):
Nederlands Grieks
Hij spreekt alleen Grieks. Μιλάει μόνο ελληνικά
Zij spreken samen. Μιλούν μαζί.
Zij spreekt altijd duidelijk. Πάντα μιλάει καθαρά.
Deze muziek is enigszins bizar. Κάπως παράξενη είναι αυτή η μουσική.
Meer bijwoorden van wijze (manier)
Nederlands Grieks
anders, op een andere manier αλλιώς
aldus, op die/deze wijze έτσι
helemaal (niet) καθόλου
op één of andere manier κάπως
samen μαζί
alleen, slechts μόνο
hoe dan ook, echter, zoals όπως
zeker, absoluut, in elk geval οπωςδήποτε
hoe (vragend) πώς
 
  • «κάπως» en «καθόλου» zijn ook bijwoorden van hoeveelheid
  • geen van bovengenoemde bijwoorden heeft een vergrotende en overtreffende vorm
  • «αλλιώς» en «έτσι» zijn het tegenovergestelde van elkaar
  • achter «μαζί» kan een zwak persoonlijk voornaamwoord geplaatst worden bv. «σου», het betekent dan samen met je en het voorzetsel «με» en dan betekent het samen met ...
  • 2. bijwoord van plaats:
Nederlands Grieks
Waar is de winkel? Πού είναι το μαγαζί;
De winkel is daar. Το μαγαζί είναι εκεί.
Ik vond het boek nergens. Δεν βρήκα το βιβλίο πουθενά.
Ik zocht overal. Έψαξα παντού.
Meer bijwoorden van plaats:
Nederlands Grieks met pers.vnw. met voorzetsel
ergens anders αλλού
tussen ανάμεσα ανάμεσά τους ανάμεσα (σε)
tegenover απέναντι απέναντι σας απέναντι (από/σε)
naar links/aan de linker kant αριστερά
rondom γύρω γύρω του γύρω (από/σε)
naar rechts/aan de rechter kant δεξιά
naast δίπλα δίπλα σου δίπλα (σε)
hier εδώ
daar εκεί
aan de voorkant, van voren εμπρός
buiten έξω έξω (από)
ergens κάπου
beneden/onder κάτω κάτω (από)
dichtbij κοντά κοντά της κοντά (σε)
binnen μέσα μέσα μας μέσα (από/σε)
aan de voorkant, van voren μπροστά μπροστά της μπροστά (από/σε)
waar (ook) οπού
waar dan ook οπουδήποτε
overal παντού
boven πάνω πάνω μας πάνω (από/σε)
verder πέρα
achter πίσω πίσω σας πίσω (από)
naast πλαί πλαί του πλαί (σε)
waar (ondervragend) πού
nergens πουθενά
op de grond χάμω
hoog ψηλά
 

«μπροστά» kan ook aanwezig betekenen zoals in:

  • ήταν μπροστά - zij waren aanwezig

Achter een aantal bijwoorden van plaats kan een zwak persoonlijk voornaamwoord of een voorzetsel geplaatst worden.

  • 3. bijwoord van tijd:
Nederlands Grieks
Wanneer komt hij? Όταν θα έρθει;
Hij zal morgen komen. Θα έρθει αύριο.
Kom onmiddellijk hier. Έλα εδώ αμέσως.
Dit jaar zullen we daar verblijven. Φέτος θα μείνουμε εκεί.
Bijwoorden van tijd, die een bepaald punt in de tijd aangeven
Nederlands Grieks
voorheen, op een andere tijd άλλοτε
onmiddellijk αμέσως
vanavond απόψε
laat αργά
morgen αύριο
nadien, dan έπειτα
ten slotte, eindelijk επιτέλους
al, reeds ήδη
eens, op een keer κάποτε
al, reeds κιόλας
overmorgen μεθάυριο
nadat, later μετά *
nauwelijks, zelden, alleen μολίς
vroeg νωρίς
wanneer ook όποτε
waarop, tengevolge waarvan οπότε
op elk moment οποτεδήποτε
verleden jaar πέρσι/πέρυσι
wanneer (ondervragend) πότε
voorheen/vroeger πριν *
twee jaar geleden πρόπερσι
eergisteren προχθές
eerst πρώτα
vandaag σήμερα
toen τότε
nu τώρα
later ύστερα
dit jaar φέτος
gisteren χθες
volgend jaar του χρόνου
 

* Als «πριν» en «μετά» als bijwoord gebruikt worden is de betekenis eerder en later

  • Πρέπει να το κάνεις πριν - je moet het eerder doen
  • Θα το κάνω μέτα - ik zal het later doen

Als met «πριν» en «μετά» een afstand in tijd wordt uitgedrukt zijn er wel drie manieren om hetzelfde te omschrijven bv:

Hij kwam een maand geleden

  • Ήρθε πριν από έναν μήνα.
  • Ήρθε έναν μήνα πριν.
  • Ήρθε πριν έναν μήνα.

«ποι πριν» betekent ook voordien, eerder


Hij vertrok een week later

  • Έφυγε μετά από μια εβδομάδα.
  • Έφυγε μια εβδομάδα μετά.
  • Έφυγε μετά μια εβδομάδα.

maar ook «μετά» a.v.:

  • Θα φύγει μετά ένα χρόνο - Hij zal weggaan in een jaar's tijd.
Bijwoorden van tijd die de frequentie uitdrukken:
Nederlands Grieks
ooit, ten alle tijde καμιά φορά
(drie) keer (τρεις) φορές
van tijd tot tijd κάπου κάπου
soms, bij gelegenheid πότε πότε
zelden σπάνια
gewoonlijk συνήθως
vaak συχνά
regelmatig τακτικά
 

Bij deze bijwoorden behoren ook zinsdelen gevormd met de bepaling «κάθε» (elke) a.v.:

  • κάθε πόσο - hoe vaak
  • κάθε τόσο - van tijd tot tijd
  • κάθε φορά - elke keer
  • κάθε Σάββατο - elke zaterdag

Sommige bijwoorden zoals «σπάνια», «συνήθως», «συχνά» en «τακτικά» hebben een vergrotende vorm en met uitgezondering van «συνήθως» ook een overtreffende vorm.

Andere bijwoorden van tijd:
Nederlands Grieks
nog ακόμα
nooit ουδέποτε
de hele tijd όλο
altijd πάντα
weer πάλι, ξανά
niet langer πια
meer, vooral, nogmaals πλέον
(n)ooit ποτέ
 

«ακόμα» is ook een bijwoord van hoeveelheid.

«ουδέποτε» verschilt van «ποτέ» in gebruik, omdat het een negatief bijwoord is dat gebruikt kan worden bij een positief werkwoord.

  • 4. bijwoord van hoeveelheid:
Nederlands Grieks
Het haalt niet uit, het is te weinig. Δε θα φτάσει, είναι λίγο.
Het is goed genoeg. Eίναι αρκετά καλό.
Bijna elke morgen ontmoet ik Jan. Σχεδόν κάθε πρωί συναντάω ο Γιάννη.
Ik leerde de lessen volledig. Έμαθα τα μαθήματα τελείως.
De belangrijkste bijwoorden van hoeveelheid:
Nederlands Grieks
genoeg, voldoende αρκετά
zeer weinig ελάχιστα
gelijk, even εξίσου
helemaal niet καθόλου
tamelijk veel κάμποσο
enigszins κάπως
weinig λίγο
minder λιγότερο *
tamelijk μάλλον
zoveel als όσο
hoeveel dan ook οσοδήποτε
ongeveer πάνω κάτω
zeer, te πάρα
ongeveer περίπου
meer περισσότερο **
erg, veel πολύ
meer πιο
hoeveel (ondervragend) πόσο
bijna σχεδόν
volledig τελείως
zoveel als τόσο
tenminste τουλάχιστον *
 

* «λιγότερο» is de vergrotende trap van «λίγο», evenals «τουλάχιστον» en «ελάχιστο» (kijk hier voor de trappen van vergelijking)

** «περισσότερο» is de vergrotende trap van «πολύ»

Hier volgen voorbeelden van bijwoorden met diverse kenmerken zoals twijfel, ontkenning en bevestiging
  • 5. bijwoord van twijfel:
Nederlands Grieks
Wellicht ga ik met vakantie. Μήπως κάνω διακοπές.
Hij weet zogenaamd niet dat zij komt. Δεν ξέρει δήθεν οτί θα έρθει.
Mogelijk heb ik werk. Πιθανόν να έχω δουλειά.
Misschien kan ik je vanmiddag niet zien. Ίσως να μη μπορέσω να σε δω το απόγευμα.
  • 6. bijwoord van ontkenning:
Nederlands Grieks
Nee, hij is niet thuis. Όχι, δεν είναι στο σπίτι.
Spreek niet tegen hem als hij rijdt. Μη του μιλάς όταν οδηγεί.
Dat krijg je niet. Δεν πάρεις αυτό.
En dat krijg je ook niet. Και ούτε πάρεις αυτό.
  • 7. bijwoord van bevestiging:
Nederlands Grieks
Ζeker, dat is positief. Μάλιστα, αυτό είναι θετικό.
Νatuurlijk gaan we naar het theater. Βέβαια πάμε στο θέατρο.
Ja, natuurlijk kom ik om acht uur! Ναι, βεβαίως, θα έρθω στις οκτώ!
Inderdaad, goed geantwoordt! Πράγματι, σωστά απάντησες!

De bijwoorden wijzigen niet alleen zinnen of zinsdelen om het verband van plaats, tijd, wijze etc. aan te duiden, maar ze kwalificeren ook de betekenis van hetgeen gezegd wordt, zonder dat er een verband bestaat.

1. Het wijzigen van een werkwoord door bijwoorden van wijze, plaats, tijd en hoeveelheid:

ελληνικά ολλανδικά
1Σας βοήθησα καλά. Ik hielp jullie goed.
2Δουλεύω εδώ. Ik werk hier.
3Σας βοήθησα χθες. Ik hielp jullie gisteren.
4Δούλεψα πολύ. Ik werkte veel.
  • In zin 1 maakt het bijwoord de manier duidelijk waarop het werkwoord zich onderscheid..
  • In zin 2 geeft het bijwoord de plaats aan, in zin 3 de tijd en zin 4 de hoeveelheid.

2. Het wijzigen van het bijvoegelijke naamwoord of een ander bijwoord door bijwoorden van wijze, tijd en hoeveelheid

ελληνικά ολλανδικά
1Η γιορτή ήταν καλά οργανωμένη. Het feestje was goed georganiseerd
2Το αμέσως επόμενο βήμα είναι να περιμένει. De onmiddelijke volgende stap is te wachten.
3Αυτό το είπαμε από τότε κιόλας. Dat hebben we toen reeds gezegd.
4Αυτό είναι αρκετά σωστό. Dat is voldoende correct (dat klopt)
  • In zin 1 en 2 zeggen de bijwoorden iets over de bijvoegelijke naamwoorden «οργανωμένος» en «επόμενος»
  • «τότε» en «κιόλας» in zin 3 zijn beiden bijwoorden van tijd en in dit geval versterkt reeds de strekking van de zin nog meer dan wanneer het niet vermeld werd.
  • «αρκετά» in zin 4 is een bijwoord van hoeveelheid en zegt hier iets over het bijvoegelijke naamwoord «σωστός».

3. Het wijzigen van het naamwoord door bijwoorden van plaats en tijd:

ελληνικά ολλανδικά
1η πρώην σύζυγός του zijn ex (voormalige) echtgenote
2η παραπάνω παράγραφος de bovenstaande paragraaf
3ο τότε υπουργός de toenmalige minister
4η πίσω πόρτα de achter deur
  • Bijwoorden van tijd en plaats in korte bijwoordelijke zinsdelen met een naamwoord worden tussen het lidwoord en het zelfstandig naamwoord geplaatst waar ze in zekere zin als een bijvoegelijk naamwoord fungeren.

4. Het wijzigen van de hoeveelheid door het bijwoord

ελληνικά ολλανδικά
1για μια εβδομάδα περίπου voor ongeveer een week
2τουλάχιστον πέντε φορές tenminste vijf keer
3τόσο πολλοί άνθρωποι zo veel mensen
4σχεδόν όλα τα παιδιά bijna alle kinderen
  • In zin 1 wordt met het bijwoord ongeveer iets over het getal een gezegd.
  • hetzelfde geldt voor de zinnen 2, 3 en 4 waarin tenminste iets over vijf zegt, zo over veel en bijna over alle.

5. Het wijzigen van een zinsdeel of een hele zin door een bijwoord (zins bijwoord)

ελληνικά ολλανδικά
1Απλώς ήθελα να δω αν ήταν καλά. Ik wilde eenvoudigweg zien of het goed was.
2Δυστυχώς δεν τον είδα. Helaas zag ik hem niet
3Πραγματικά δεν μου αρέσει ο τρόπος σου. In feite vind ik je methode niet leuk.
4Ειλικρινά λυπάμαι γι 'αυτό μωρό μου. Eerlijk gezegd spijt me dat schat.
  • Deze bijwoorden drukken de beoordeling van de spreker uit over de betekenis van het zinsdeel of de gehele zin. Ze zijn met name nuttig om twee zinnen te verbinden en verschijnen vaak aan het begin van een zin, ofschoon ze ook op andere posities gebruikt kunnen worden. Nog enkele zins bijwoorden zijn:
  • ευτυχώς - gelukkig
  • βέβαια - natuurlijk
  • ίσως - misschien
  • περιέργως - uit nieuwsgierigheid
  • σίγουρα - zeker
  • τελικά - uiteindelijk
  • φυσικά *- natuurlijk, vanzelfsprekend

* twee verschillende woord volgorden kunnen verwarring geven:

θα μιλήσω φυσικά ik zal natuurlijk spreken (op een natuurlijke manier)
φυσικά θα μιλήσω natuurlijk (vanzelfsprekend) zal ik spreken.
Enkele aanvullende functies zijn:

1. Bijwoorden kunnen gebruikt worden als een enkel woord bv.:

ελληνικά ολλανδικά
ακριβώς! precies, beslist!
βέβαια of βεβαίως! zeker, natuurlijk!
έκτακτα! uitstekend!
καλά! goed!
λαμπρά schitterend, pachtig!
σαφώς vanzelfsprekend!
ωραία fijn, heerlijk!

Bovengenoemde bijwoorden van manier (wijze) worden gebruikt als uitroep om een antwoord uit te drukken op iets wat gezegd is.

2. Ook andere soorten bijwoorden worden gebruikt om een reactie weer te geven:

ελληνικά ολλανδικά
ναι ja
όχι nee
ίσως misschien
πράγματι inderdaad
μάλιστα zeker

3. Bijwoorden die zinsdelen en zinnen samenvoegen:

Nederlands Grieks
bovendien, trouwens άλλωστε
daarom άρα
anders, op andere wijze διαφορετικά
bovendien, trouwens εξάλλου
daardoor, daarom επομένως
aldus, zo έτσι
t'is alsof λες και
dus λοιπόν
hoe dan ook, echter όμως
desondanks, niettemin παρ'όλα αυτά
toch, in elk geval πάντως
toen, dan τότε
nu τώρα
hoe dan ook, echter ωστόσο
Voorbeelden van deze bijwoorden in zinnen:
ελληνικά ολλανδικά
Άλλωστε/εξάλλου, όπως βλέπεις εχούμε αρκετά φαγητά. Bovendien, hebben we genoeg eten, zoals je ziet.
Δεν είπε λέξη, άρα δεν της ζητήσαμε τίποτα. Ze zei geen woord, daarom vroegen we haar niets
Διαφορετικά δε θα είχαμε έρθει σήμερα. Anders zouden we vandaag niet gekomen zijn.
Είναι επομένως απολύτως αναγκαίο να δεχθεί η πρόταση. Er is daarom alle reden dat het voorstel geaccepteerd wordt.
Έτσι είναι η ζωή, αγόρι μου. Zo is het leven, mijn jongen.
Λες και δεν ξέρω ποιος είσαι. Alsof ik niet weet wie je bent.
Πρέπει λοιπόν να δράσουμε. We moeten dus handelen.
Σ'αυτή την περίπτωση, όμως, δεν ήταν ατύχημα. In dit geval echter, was het geen ongeval.
Θα κάνει αυτό που θέλει παρ' όλα αυτά. Hij zal desondanks doen wat hij wil.
Εγώ πάντως πιστεύω ότι είναι βλακείες. Ik denk in elk geval dat het onzin is.
Τότε ίσως μπορώ να βοηθήσω. Dan kan ik mischien helpen.
Λοιπόν, τώρα το ξέρεις. Dus nu weet je het.
Χρειάζομαι ωστόσο περισσότερος χρόνος. Ik heb hoe dan ook meer tijd nodig.
ελληνικά ολλανδικά
1. Η Ελένη τρέχει πολύ γρήγορα. Helen rent erg snel
2. Το φαγητό είναι πάνω στο τραπέζι. Het eten staat op de tafel
3. Η γυναίκα είναι μέσα στο αυτοκίνητο. De vrouw zit in de auto
  • 1. In de eerste zin is het bijwoord «γρήγορα» de hoofdzaak in het zinsdeel «erg snel».
  • 2. In de tweede zin is het bijwoord «πάνω» belangrijk in het zinsdeel «op de tafel».
  • 3. In de derde zin staat het bijwoord «μέσα» in volgorde bovenaan in het zinsdeel «in de auto».
Een bijwoordelijke bepaling kan een enkel bijwoord zijn, een zinsdeel, een zinsdeel met een bijwoord of een zinsdeel met een naamwoord:
ελληνικά ολλανδικά
1. Θα φύγω αύριο. Ik ga morgen weg (ik zal morgen weggaan).
2. Θα φύγω την άλλη μέρα. Ik ga de volgende dag weg (ik zal de volgende dag weggaan).
3. Αφήνω μετά τέλειωσα τη δουλειά μου. Ik ga weg als mijn werk af is.
  • In zin 1 wordt een tijd genoemd en bij het taalkundig ontleden is «αύριο» het bijwoord van tijd. Bij het redekundig ontleden is het een bijwoordelijke bepaling (van tijd).
  • In zin 2 zit is het zinsdeel «την άλλη μέρα» een bijwoordelijke bepaling (redekundig ontleden). Deze bepaling bestaat taalkundig gezien uit een lidwoord, een bijwoord en een zelfstandig naamwoord.
  • In zin 3 is het zinsdeel «μετά τέλειωσα τη δουλειά μου» ook een bijwoordelijke bepaling van tijd, want ik ga pas weg als mijn werk klaar is. Taalkundig bestaat de zin uit een persoonlijk, een bezittelijk voornaamwoord en een werkwoord.
 

Hier vind je de uitleg over taalkundig en redekundig ontleden.