Op Leren.nl vind je online cursussen en links naar duizenden kennisbronnen over allerlei onderwerpen.

Wat wil jij leren?
Highlights

"Paperwhite" Kindle, de ultieme lezers ervaring.

Wilt u ook een goed ogende website zoals deze? Met Artisteer bent u in een paar minuten een webdesign expert. Zonder technische vaardigheden zoals het coderen van de XHTML en CSS, zonder dure fotobewerkings programma's en dure webontwerp software:

Artisteer - CMS Template Generator

lees meer

Betrouwbare en handige mobiele A4 scanner


Met het krachtige en flexibele open-source content management system Drupal, maak je simpele tot heel complexe websites. Met behulp Artiseer genereer je zonder technische kennis een fantastisch Drupal sjabloon.

Artisteer - Drupal Theme Generator

Vertaler, een robuust en mooi ontwerp, dat
zowel oorspronkelijke als romeinse tekens weergeeft:

an image

Irene Droppert
Nederlands -
Modern Grieks
Vlaardingen-Nederland

In het Moderne Grieks hebben we te maken met de volgende naamvallen

  • de nominatief [ de 1ste naamval] - η ονομαστική
  • de genitief [de 2de naamval] - η γενική
  • de datief [de (oude) derde naamval] - η δοτική
  • de accusatief [de 4de naamval] - η αιτιατική
  • de vocatief [de vijfde naamval] - η κλητική
De nominatief

De nominatief, de basis naamval waarin woordenboeken de verbuigbare woorden weergeven, geeft in een zin het onderwerp aan, in de vorm van een persoon of ding, die of dat:

  • iets doet of maakt
  • in een bepaalde toestand verkeerd
  • een verandering ondergaat
  • iets wordt aangedaan
ελληνικά ολλανδικά
Ο Γιάννης έφυγε. Jan ging weg.
Η Ελένη κοιμάται. Helen slaapt.
Η Πόπη έπεσε στο έδαφος Poppie viel op de grond.
Ξυρίστηκε ο Πέτρος. Peter werd geschoren.

Als titels en plaatsnamen, een naamwoord-zin beschrijven, verschijnen die ook in de nominatief:

Η μυστική διδασκαλία του Πλάτωνα στο Θεαίτητος είναι πολύ γνωστό. De geheime leer van Plato in Theaetetus is zeer bekend
Η φιλοσοφία για τη ζωή είναι ένα διδακτικό βιβλίο. De filosofie van het leven is een leerzaam boek.
Η Αθήνα είναι η μητρόπολη της Ελλάδα. Athene is de hoofstad van Griekenland.
Σε μία όμορφη τοποθεσία στην Αγία Αννα βρίσκεται το Συγκρότημα Αγγελική. Op een prachtige locatie in Agia Anna bevindt zich Aggeliki Studios.
στo χοριό [4de nv.] Τρίποδες [1ste nv.] in het dorp Tripodes.

De nominatief wordt gebruikt om het gezegde van het onderwerp aan te geven. Dit is een woord of een zinsdeel dat dezelfde persoon of het hetzelfde ding aanduidt als het onderwerp:

Ο Γιάννης είναι δικηγόρος. Jan is advocaat.
Ο Γιάννης σπουδάζει δικηγόρος. Jan studeert voor advocaat.
Θεωρείται πολύ έξυπνος. Hij wordt als zeer slim beschouwd.
Το βιβλίο αυτό χρησιμεύει για έργο αναφοράς. Dit boek dient als naslagwerk.

De nominatief wordt gebruikt in bepaalde vaststaande uitdrukkingen:

είναι τέσσερις η ώρα Het is 4 uur
στις τρεις η ώρα om drie uur
πούν'τος; waar is hij?
να τος! daar is hij!

In de laatste twee uitdrukkingen is het zwakke persoonlijke voornaamwoord in de 1ste naamval te zien. Dat kan enkel gebruikt worden na «πούν'»(πού είναι) - waar is/zijn en «να» - daar/er

De genitief
  • De genitief heeft twee, zeer van elkaar verschillende, groepen grammaticale functies, waarbij de vorming afhangt van welke controle gebruikt gemaakt wordt.
  • Wordt de 2de naamval gecontroleerd door een werkwoord dan wordt er over het algemeen een meewerkend voorwerp weergegeven.
  • Als de 2e naamval afhankelijk is van een zelfstandig naamwoord kunnen verschilende verbanden voorkomen, die de eigenaar van het afhankelijke zelfstandig naamwoord of meerdere abstracte verbanden kunnen aangeven.

De genitief gecontroleerd door een werkwoord

Gecontroleerd door een werkwoord geeft de genitief normaal gesproken aan dat het persoonlijke voornaamwoord of het zelfstandige naamwoord-zinsdeel het meewerkend voorwerp van het werkwoord is. In de volgende voorbeelden duidt het meewerkend voorwerp de persoon of het ding aan etc. tegen wie iets is gezegd, of aan wie iets is gegeven (zin 1 t/m 3):

ελληνικά ολλανδικά
1Έδωσα του Παύλου το κλειδί. Ik gaf Paul de sleutel.
2Το έδωσε της Χριστίνας Hij gaf het aan Christina
3Μου έδωσε ένα δαχτυλίδι. Hij gaf me een ring.
4Της είπα την ιστορία Ik vertelde haar het verhaal.
5Πιάσε μου το βιβλίο. Pak het boek (voor) me.
6Του πήραν το βιβλίο του. Zij namen hem zijn boek af

In de Griekse spreektaal is het tegenwoordig gebruikelijker om in een zin met een meewerkend voorwerp het voorzetsel «σε» te gebruiken, zodat de zin in de 4de naamval komt te staan. Zin 1 en 2 zouden dan worden: «Έδωσα στον Παύλο το κλειδί» en «Το έδωσε στη Χριστίνα»

In de voorbeelden 3, 4 en 5 geeft het meewerkend voorwerp in de vorm van het zwakke persoonlijke voornaamwoord in de 2de naamval, de persoon aan voor wie de actie bedoeld is.

Voorbeeld 6 zou zonder het bezittelijke voornaamwoord «του» geïnterpreteerd kunnen worden alsof men het boek voor hem meenam i.p.v. bij hem wegnam. In zulke gevallen kan facultatief het bezittelijke voornaamwoord toegevoegd worden, om de juiste interpretatie van de tekst te kunnen te geven.

Wat als het meewerkend voorwerp wordt beïnvloed door de handeling van het werkwoord, zoals hieronder?

Του κόψανε τα μαλλιά. Zij knipten zijn haar.
Μου κλέψανε τα λεφτά. Zij stalen mijn geld.

In bovenstaande zinnen is het meteen duideljk, dat door het gebruik van deze twee meewerkende voorwerpen «του» en «μου», over wiens haar en wiens geld het gaat, anders was er wel een andere bezittelijke genitieve uitdukking gebruikt.

De 1ste persoon van het zwakke persoonlijke voornaamwoord lijkt hier de belangstellende partij. De spreker spreekt zijn belangstelling uit voor het welzijn van zijn gesprekspartner:

Τι μου κάνεις; Hoe gaat het met je?
[lett.: Wat doe je aan me?].

De genitief wordt ook gebruikt bij werkwoorden die meestal geen meewerkend voorwerp bij zich hebben:

Σου πάει πολύ το φόρεμα. De jurk staat je erg goed.
Δεν μου αρέσει αυτό το φαγητό. Ik houd niet van dat voedsel.
Μου φαίνεται δύσκολο να το καταλαμβάνω. Het lijkt me moeilijk het te begrijpen.
Μοιάζει του πατέρα του. Hij lijkt op zijn vader.

Bij sommige werkwoorden uit η καθαρεύουσα kan, in de formele spreekstijl alleen de genitief gebruikt worden, zelfs als geen meewerkend voorwerp aangegeven wordt. Een constructie met het voorzetsel «σε» plus de 4de naamval is in deze gevallen geen optie. Bij bijna alle genoemde werkwoorden, met uitzondering van «διαφεύγω», moet het meewerkend voorwerp een zelfstandig naamwoord-zinsdeel worden en niet een zwak persoonlijk voornaamwoord.

  • διαφεύγω - ontwijken, ontsnappen
  • επιζώ - voortleven, overleven
  • επωφελούμαι - profiteren
  • προηγούμαι - vooraan gaan, voorafgaan
  • προεδρεύω - optreden als voorzitter, zich matigen
  • προπορεύομαι - vooruit gaan, voorafgaan
  • προϋπάρχω - eerder bestaan
  • υπερισχύω - overwicht hebben, overwinnen
  • επιμελούμαι * - zorg dragen voor, verzorgen, beheren
  • στερούμαι * - gebrek lijden, ontberen
H Iαπωνία προηγείται των άλλων χωρών στην ηλεκτρονική τεχνολογία. Japan heeft een voorsprong op andere landen in de elektronica-technologie.
Ο αρχαίος αιγυπτιακός πολιτισμός προϋπήρξε του ελληνορωμαϊκού. De oude Egyptische beschaving bestond voor de Grieks Romeinse.
Υπερίσχυσε του αντιπάλου του. Hij had overwicht over zijn tegenstander.
Tην έκδοση του βιβλίου την επιμελήθηκε ο ίδιος ο συγγραφέας. De schrijver zelf verzorgde de uitgave van het boek.

Evenals bij «διαφεύγω», waarbij altijd de accusatief gebruikt kan worden wordt bij de met * aangegeven werkwoorden vaak in de minder formele taal de 4de naamval (accusatief) gebruikt, zoals in de laatste zin.

De genitief afhankelijk van een zelfstandig naamwoord

De genitief van een zinsdeel met een naamwoord dat afhankelijk is van een zelfstandig naamwoord heeft een grotere verscheidenheid aan functies in het Moderne Grieks dan in het Oude Grieks, waarin het gebruik van de 2de naamval werd begrensd tot de bezittelijke functie, als de eigenaar in leven was.

* Het feit dat sommige zelfstandige naamwoorden geen 2de naamval hebben in het meervoud maakt het nog gecompliceerder, omdat in die gevallen een voorzetsel zinsdeel in de 4de naamval gebruikt moet worden.


* Toelichting

Bij de drie groepen grammatikale geslachten mannelijk, vrouwelijk en onzijdig komen in alle categorieën zelfstandige naamwoorden voor waarvan de 2de naamval meervoud ontbreekt. Dit worden hiaten genoemd, die zijn gerelateerd aan de uitzonderlijke status van de 2de naamval (de genitief) meervoud in het Griekse accenten systeem.

Er zijn voor de zelfstandige naamwoorden in het MG veel verbuigings categorieën en tot op een zekere hoogte is de plaatsing van het accent voorspelbaar.

Bij bovengenoemde groepen van hiaten is het echter de spreker of schrijver niet duidelijk of het accent blijft staan of verschuift. Derhalve wordt in de meeste gevallen voor de 4de naamval (de accusatief) meervoud gekozen, in een tekst of spreektaal met gebruik van een voorzetsel, zelfs voor zelfstandige naamwoorden waarvan de 2de naamval meervoud niet ontbreekt.

De bezittelijke genitief

Een naamwoord-zinsdeel of persoonlijk voornaamwoord kan aan geven dat de persoon, ding etc., die het weergeeft, in het bezit is van hetgeen door het zelfstandig naamwoord, waarvan het afhankelijk is, onder woorden wordt gebracht.

ελληνικά ολλανδικά
Το βιβλίο του Πέτρου. Peter's boek.
Το βιβλίο του. Zijn boek.
Του Πέτρου το βιβλίο. Peter's boek (van niemand anders).
Αυτονός το βιβλίο Zijn boek (van niemand anders)
Αυτό το βιβλίο είναι του Πέτρου. Dit boek is van Peter
Τα πόδια των καρεκλών De poten van de stoelen
Τα φύλλα από τις ντάλιες De bladeren van de dalia's

Een sub categorie van de bezittelijke genitief zien we in de laatste 2 zinnen, als het zinsdeel in de 2de of 4de naamval het geheel aangeeft van iets dat in het andere fragment een gedeelte is.

daarbij komen in de laatste zin de eerder gestelde moeilijkheden naar voren van zelfstandige naamwoorden die geen genitief in het meervoud hebben, zoals «η ντάλια» - dalia

Subjectieve en objectieve genitief

Deze functies van de genitief geven het onderwerp of het gezegde van een handeling weer:

ελληνικά ολλανδικά
το γέλιο του μωρού het gelach van de baby
το μάζεμα των μήλων het verzamelen van de appels

In zin 1 betekent dat «το μωρό γελάει» - de baby lacht en is de baby het onderwerp (subject) en zin 2 «κάποιος μαζεύει τα μήλα» - iemand verzamelt de appels is de appels het lijdend voorwerp (object)

Een naamwoord zinsdeel of een zwak persoonlijk voornaamwoord in de 2de naamval dat afhankelijk is van een abstract zelfstandig naamwoord geeft een min of meer abstracte relatie weer, zoals in de tweede zin, het woordje ervan op het woord dit beeld van de eerste zin duidt:

Αυτός ευθύνεται για το σχέδιο αυτής της εικόνας. Hij is verantwoordelijk voor het ontwerp van dit beeld
Αυτός ευθύνεται για το σχέδιό της. Hij is verantwoordelijk voor het ontwerp ervan

De naamwoord-zin in zin 1 is een objectieve genitief, immers, het beeld is niet het onderwerp (subject), maar het object (voorwerp). Hier komt de naamwoord-zin het ontwerp van dit beeld dus overeen met het lijdend voorwerp.

Men zou dit echter onjuist kunnen interpreteren, zoals in de praktijk vaak gebeurt, als ....voor het ontwerpen van dit beeld, vanwege de samenhang tussen de twee zinsdelen «το σχέδιο» en «αυτής της εικόνας», waardoor dit beeld in de naamwoord-zin het onderwerp wordt en we te maken krijgen met een subjectief genitief.

In sommige gevallen komt de genitief overeen met het onderwerp of is het niet helemaal duidelijk dat er een verband is met het onderwerp of het lijdend voorwerp.

Η υποστήριξη των γονιών του De steun van zijn ouders
Η υποστήριξή του αυτών των γονέων Zijn steun van die ouders

In de volgende zin zijn het zijn ouders die steun geven en die derhalve het onderwerp (subject) zijn. Het kan echter uitgelegd worden alsof hij, degene waar de zin over gaat, zijn ouders steunt.

Bij twijfel is het mogelijk dat bij een subjectieve genitief met een zwak persoonlijk voornaamwoord ook een objectieve genitief in de vorm van een naamwoord zinsdeel verschijnt, zoals in de tweede zin, al komt het zelden voor. Door de hoofdzin te veranderen en de bijzin enigszins aan te passen is het mogelijk, maar het is zo wie zo uitgesloten dat twee zwakke persoonlijke voornaamwoorden verschijnen achter een zelfde openingszin:

Naast bovengenoemde functies van de genitief die afhankelijk is van een zelfstandig naamwoord zijn er nog tal van functies zoals:

  • De genitief van plaats, tijd en oorzaak
  • De specifieke genitief (vaak zonder lidwoord)
  • De straatnamen genitief
  • De genitief van kwaliteit
  • De genitief van tijdsduur, afmeting en afstand
  • De genitief van inhoud
  • De deelaanduidende genitief
  • De genitief om een doeleinde aan te geven
  • De genitief van de achternamen
ελληνικά ολλανδικά
1 η χαρά της νίκης. de vreugde van de overwinning
1τα φρούτα του καλοκαιριού zomerfruit
2καθηγητής ιστορίας geschiedenis leraar
2γυαλιά ηλίου zonnebril
3οδός Αθηνάς Athene Straat
3πλατεία Δημαρχείου stadsplein
4άνθρωποι τέτοιου είδους zo'n soort mensen
4συζητήσεις υψηλού επιδέδου hoogstaande discussies
5κορίτσι δέκα χρονών meisje van tien jaar
5δρόμος εκατό μέτρων straat van honderd meter
6μια ομάδα έντεκα γυναικών een groep van elf vrouwen
6μια σειρά των βιβλίων een serie boeken
7μια μικρή μερίδα των πατατών een klein portie aardappelen
7μέρος της ομιλίας deel van het gesprek
8ένα ποτήρι της μπύρας een bierglas
8ένα κιβώτιο ταχυτήτων een versnellingsbak
9κυρία Παπαδοπούλου * Mevrouw Pappadopoulou
9Ανδρέας Παπανδρέου Andreas Papandreou

In uitdrukkingen die verband houden met de tijdsduur wordt wel de genitief gebruikt:

  • στιγμές ευτυχίας - momenten van geluk
  • τόσα χρόνια φιλίας - zoveel jaren van vriendschap

* «Παπαδοπούλου» is de vrouwelijke katharevousa vorm. De mannelijke achternaam is «Παπαδόπουλος», met een andere klemtoon. Achternamen verkregen van genitieven verschijnen in hun katharevousa vorm en hebben mannelijke en vrouwelijke vormen.

Achternamen van christelijke oorsprong, zoals «Παπανδρέου» dat is gevormd van «Ανδρέας», worden zowel mannelijk als vrouwelijk gebruikt.

De genitief van de afmeting (punt 5) wordt alleen in de formele spreekstijl gebruikt. In de gewone volkstaal wordt, bij het verwoorden van afmetingen, vaak de 4de naamval gebruikt.

Hetzelfde geldt voor de genitief van de inhoud (punt 6). Bij deze genitief geeft de naamwoordzin aan waaruit het andere naamwoord bestaat. In die gevallen wordt het voorzetsel «με» ook wel gebruikt, waarmee men aangeeft wat de inhoud van het andere naamwoord is:

  • ένα κουτί με βιβλία - een doos met boeken

Hier volgen nog een paar uitdrukkingen over inhoud waarbij twee zelfstandige naamwoorden elkaar opvolgen. Ze staan voor het gemak in de 1ste naamval:

  • ένα μπουκάλι γάλα - een fles melk
  • ένα ποτήρι κρασί - een glas wijn
  • μερικά κουτιά σπίρτα - verschillende dozen lucifers

Een naamwoordzin of persoonlijk voornaamwoord in de genitief kan afhankelijk zijn van een bijvoegelijk naamwoord, telwoord, voornaamwoord of bepaling:

  • De naamwoord-zin in de genitief
  • Het zwakke persoonlijke voornaamwoord in de genitief
  • De naamwoord-zin of het zwakke persoonlijke voornaamwoord in de genitief
  • De genitief in uitroepen
  • Standaard uitdrukkingen in de spreektaal in de genitief
  • De genitief gecontroleerd door een voorzetsel
  • De genitief van naamwoordzinnen in onafgeronde constructies
  • De absolute genitief (voortgekomen uit het Oude Grieks)
1είναι άξιος του όνοματός του * hij is zijn reputatie waard
1Είναι ένοχος της δολοφονία. Hij is schuldig aan moord
1Θα σας κρατάμε ενήμερο του πρόοδου. Wij zullen u op de hoogte houden over de voortgang.
1ένα παντελόνι κόκκινο της φώτιας een vuurrode broek
2κανένας τους elk van hen
2αυτός είναι ο καλύτερος μας hij is de beste van ons
3οι σύγχρονοί μας onze leeftijdgenoten
3ταυτότητα ονόματος identificatie naam
4αλίμονό σου wee je gebeente
4περαστικά σου wordt snel beter
5είναι της πλάκας het is voor de grap
5κάνει του κεφαλιού του hij doet wat hij wil
6ανά χείρας bij de hand
6εκτός κινδύνου buiten gevaar
7πάω στου Γιάννη ik ga naar Jan (zijn huis)
7του Αγίου Γεωργίου (op) Sint George's (dag)
8δεδομένης της κατάστασης .... gegeven de situatie ....
8προκειμένου για .../προκειμένου να ... met betrekking tot .../zodat ...

Punt 2 en 3 nader belicht

Zwakke persoonlijke voornaamwoorden in de genitief worden gebruikt

  • na getallen, na sommige bijvoegelijke naamwoorden en na voornaamwoorden
  • na een bijvoegelijk naamwoord in de vergrotende en de overtreffende trap **
  • na het versterkende voornaamwoord «μόνος»
  • na het nadrukkelijke bezittelijke voornaamwoord en de bepaling «δικός (μου)»
Ήρθαμε οι δυο μας. Εr kwamen twee van ons.
Ο Γιάννης ήταν ο πρώτος σας. Jan was de eerste van jullie.
Είναι δύο χρόνια μεγαλύτερη του. Zij is twee jaar ouder dan hij.
Το έκαναν μόνοι τους. Zij deden het zelf.
Αυτή είναι η δική σας καρέκλα. Dit is uw eigen stoel.
Η πιο όμορφη πόλη του κόσμου.*** De mooiste stad ter wereld.

* In de praktijk, in de formele stijl, wordt een klein aantal bijvoegelijke naamwoorden gebruikt die gevolgd worden door een naamwoordzin in de genitief, zoals in de eerste zin «άξιος,-α,-ο». (zie de eerste 3 zinnen van punt 1 bovenstaand)

** In de praktijk wordt bij de vergrotende en overtreffende trap vaker de constructie met het voorzetsel «από» gebruikt

Voor een toelichting van de 2de naamval na een voorzetsel (punt 6), zie de voorzetsels

*** Als voor een zelfstandig naamwoord een bijvoegelijk naamwoord in de overtreffende trap is geplaatst volgt hierop vaak de genitief

De accusatief

De accusatief heeft twee hoofd gebruiken t.w.:

  • het weergeven van het lijdend voorwerp en het werkwoordelijke gezegde
  • het weergeven van het voorzetsel voor het lijdend voorwerp

Lijdend voorwerp en het werkwoordelijke gezegde:

ελληνικά ολλανδικά
Κάνει τα μαθήματά του. Hij maakt zijn huiswerk.
Ο Γιάννης της έδωσε ένα ωραίο βιβλίο. Jan gaf haar een mooi boek.
Οι μαθητές χρειάζονται έναν υπολογιστή. De leerlingen hebben een computer nodig.

Het lijdend voorwerp is degene die of datgene waarop de door het werkwoord beschreven handeling direct betrekking heeft. Je vindt het heel eenvoudig door wie of wat te vragen aan alle zinsdelen.

Dan kom je erachter dat in bovenstaande zinnen de schuingedrukte zinsdelen het lijdend voorwerp zijn en dus in de 4de naamval (accusatief) staan. De werkwoorden «κάνω», «δίνω» en «χρειάζομαι» zijn de werkwoordelijke gezegden. Zie hiervoor ook de pagina ontleden

De accusatief wordt gebruikt om het gezegde van het voorwerp weer te geven:

Την θεωρώ φίλη του. Ik beschouw haar zijn vriendin.
Είδα τον πατέρα μου καπνίζοντας ένα τσιγάρο. Ik zag mijn vader rokend een sigaret.
Βρήκα την μητέρα μου καθισμένη στην πολυθρόνα Ik trof mijn moeder gezeten in de armstoel.

Voorzetsels voor het lijdend voorwerp:

Η Κούλα είναι από τη Νάξο. Koula komt uit Naxos.
Χάρισα ένα μπουκάλι κρασί στη θεία μου. Ik schonk mijn tante een fles wijn.
Γελούσε από τη χαρά του. Hij lachte uit vreugde.

De accusatief wordt nog na tal van andere woordsoorten gebruikt zoals :

  • de bijvoegelijke naamwoorden «γεμάτος», «όλος», «λίγος», «αρκετός» etc.
  • bepaalde deelwoorden «ντυνομένος», «φορτωμένος» etc.
  • na bepaalde uitroepen en na uitroepen van medelijden en verontwaardiging
Η ζωή μου είναι γεμάτη ευχάριστες εκδηλώσεις. Mijn leven is vol plezierige gebeurtenissen.
Δώσε μου λίγο καιρό. Geef me een beetje tijd.
Έχουμε αρκετή τροφή για τις αγελάδες. We hebben genoeg eten voor de koeien.
Ντυμένος τα καινούρια μου ρούχα πήγα στο πάρτι. Gekleed in mijn nieuwe kleren ging ik naar het feestje.
Μου ανοίγει την πόρτα του ασανσέρ γιατί είμαι φορτωμένος ψώνια. Hij opent de liftdeur voor me want ik ben beladen met boodschappen.
Μα το Θεό! Lieve God!
Τον καημένο τον Γιάννη! Arme Jan!

De accusatief in bijwoordelijk gebruik:

  • met een bijwoord dat een periode aanduidt
  • met een bijwoord dat een afstand in ruimte of tijd aanduidt
  • met een bijwoord dat een bepaald moment weergeeft *
  • met een bijwoord dat een snelheid of een gewichtspercentage weergeeft
  • met een bijwoord afmetingen van ruimte of hoogte weergeeft
  • met een bijwoord dat de afscheidingsgraad van twee begrippen weergeeft
  • met een bijwoord dat een doel of doelstelling aangeeft
1Διάβασα όλη την ημέρα. Ik las de gehele dag.
2Περπάτησα τρία χιλιόμετρα. Ik wandelde drie kilometers.
2Κράτησρε μόνο μίαν εβδομάδα. Het duurde slechts een week.
3το απόγευμα gedurende de middag
3το Μάιο in mei
3Την πρώτη Δεκεμβρίου ** op de eerste december
4τριάντα χιλιόμετρα την ώρα dertig kilometer per uur
4δύο χιλιάδες ευρώ τον τόνο twee duizend euro per ton
5Αυτό το κτίριο έχει ύψος είκοσι μέτρα. Dit gebouw heeft een hoogte van twintig meter.
5Το ποτάμι είναι δύο μίλια πέρα. De rivier is twee mijl verder.
6Το σπίτι μου είναι τρεις δρόμους παρακάτω. Mijn huis is drie straten verder naar beneden.
6Ο φίλος μου είναι δέκα χρόνια μεγαλύτερός μου. Mijn vriend is tien jaar ouder dan ik.
7Θα πάω επίσκεψη στους γονείς μου. Ik ga een bezoek brengen aan mijn ouders.

N.B

* De dagtijd wordt weergegeven met het voorzetsel «σε» bv. om drie uur - «στις τρεις»

** Na de eerste dag van de maand worden de dagen weergegeven met «σε» en het vrouwelijke rangtelwoord: op de eenentwintigste december - «στην εικοστή πρώτη Δεκεμβρίου»

Naast bovengenoemd gebruik van de accusatief zijn er nog vele specifieke uitdrukkingen waarbij de 4de naamval van een zelfstandig naamwoord bijwoordelijk wordt gebuikt:

στέκομαι προσοχή Ik ben een en al aandacht
τα φέρνω βόλτα Ik speel het klaar
σε πήρα τηλέφωνο Ik belde je
με πήραν τα αίματα ποτάμι Ik bloed als een rund
λείπω ταξίδι Ik ben weg op reis (afwezig)
πάω σπίτι Ik ga naar huis
χέρι χέρι hand in hand
άκρη άκρη op het randje
χρόνο το χρόνο γεράσαμε van jaar tot jaar worden we ouder
Βελτιώνεται μέρα με τη μέρα. Zij/Hij verbetert zich dag in dag uit.
Είναι δικηγόρος το επάγγελμα Hij is advocaat van beroep.
Είμαι Ολλλανδέζα την καταγωγή Ik ben Hollandse van afkomst.
De vocatief

De vocatief wordt gebruikt als men een persoon of ding aanspreekt.

  • Έλα, Δημήτρη - Kom op, Dimitri!
  • Ιατρέ! - Dokter!

Als iemand op een vertrouwde manier aangesproken wordt kunnen sommige opmerkingen vergezeld gaan van uitroepen als μωρέ», «ρε» of «βρε», die onverbuigbaar zijn v.w.b. naamval, enkel- of meervoud en geslacht.

Deze uitroepen kunnen ook alleen gebruikt worden. Ze worden beschouwd als onbeleefd wanneer ze gebruikt worden tegen vreemden, maar wanneer de persoon, die wordt aangesproken, vertrouwd is met de spreker drukken ze genegenheid uit.

ελληνικά ολλανδικά
Σώπα, ρε Πέτρο Zwijg, Peter of Wees stil, Peter
Έλα, μωρέ! Oh, kom op, zeg! (bij ongeloof)
Βρε ηλίθιε! Jij dwaas!
De datief

De oude 3de naamval (de datief) overleefde in een aantal vaste bijwoordelijke uitdrukkingen. Hoewel de datief sinds lange tijd geen functie meer heeft in de spreektaal zijn er toch een paar restanten in de vorm van cliche's en vaststaande zinsdelen.

Veel van die uitdrukkingen zijn te vinden in zinsdelen, voorafgegaan door een van de oude voorzetsels

εν ψυχρώ in koelen bloede
εν δράσει in actie
επι λέξει woord voor woord
πάση θυσία tegen elke prijs
καλή τη πίστει in goed vertrouwen
τοις μετρητοίς in contanten
εντάξει okay
εντούτοις niettemin, niettegenstaande