Op Leren.nl vind je online cursussen en links naar duizenden kennisbronnen over allerlei onderwerpen.

Wat wil jij leren?
Highlights

Vertaler, een robuust en mooi ontwerp, dat
zowel oorspronkelijke als romeinse tekens weergeeft:

Wilt u ook een goed ogende website zoals deze? Met Artisteer bent u in een paar minuten een webdesign expert. Zonder technische vaardigheden zoals het coderen van de XHTML en CSS, zonder dure fotobewerkings programma's en dure webontwerp software:

Artisteer - CMS Template Generator

lees meer

Betrouwbare en handige mobiele A4 scanner


Met het krachtige en flexibele open-source content management system Drupal, maak je simpele tot heel complexe websites. Met behulp Artiseer genereer je zonder technische kennis een fantastisch Drupal sjabloon.

Artisteer - Drupal Theme Generator
an image

Irene Droppert
Nederlands - Modern Grieks
Vlaardingen-Nederland

Het bepaalde lidwoord heeft dus een enkelvoud en een meervoud vorm.

Εnkelvoud - ενικός αριθμός
Naamvallen Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig
1ste naamval ο η το
2de naamval του της του
4de naamval το(ν) τη(ν) το
Μeervoud - πληθυντικός αριθμός
Naamvallen Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig
1ste naamval οι οι τα
2de naamval των των των
4de naamval τους τις τα

In het Grieks worden eigennamen altijd vooraf gegaan door het bepaalde lidwoord.

ελληνικά ολλανδικά
Ο Γιάννης Jan
Ο Δούρειος Ίππος Het Paard van Troje
Το Ζινικό Τείχος De Chinese Muur

Het wordt gebruikt voor geografische namen

ελληνικά ολλανδικά
η Ελλάδα Griekenland
η Αθήνα Athene
η Πελοπόννησος de Poloponnesos
Voorbeelden in een zin:
ελληνικά ολλανδικά
1Ο Γιάννης δεν είναι στο σπίτι. Jan is niet thuis.
2Ο Μανόλης μένει στην Πάτρα. Manolis woont in Patras.
3Η Ελλάδα είναι μια μεγάλη χώρα. Griekenland is een groot land.
4Η Πόπη είναι από τον Πειραιά. Poppie komt uit Piraeus.
 

In deze vier zinnen gebruiken we eigennamen en geografische namen.

Het voorzetsel «σε» in zin 2 is samengevoegd met het bepaalde lidwoord in de 4de naamval.

In zin 3 is het zinsdeel «μια μεγάλη χώρα» het lijdend voorwerp en zou «μιαν» (4de nv) gebruikt moeten worden. Vanwege de «μ» van «μεγάλη» kan de laatste «ν» weggelaten worden.

In zin 4 staat het bepaalde lidwoord achter een voorzetsel «από» en is dus ook de 4de naamval. In dit geval moet de laatste «ν» wel gebruikt worden omdat de «π» van «Πειραιά» er achter staat.


N.B.

Het voorzetsel in, op en naar, in het Grieks «σε», wordt met het lidwoord verbonden zoals:

  • στον Πειραιά - in Piraeus
  • στην Αθήνα - in Athene
  • στο Βέλγιο - naar/in België
  • στους Κάτω Χώρες - naar Nederland(en)
  • στην Αγγλία - naar/in Engeland
  • στις πόλεις - naar de steden
  • μέσα στα σπίτια - binnenin de huizen

Meer over dit voorzetsel op op deze pagina

Ze worden op grote schaal gebruikt om een bepalende tijd aan te geven (dagen, delen van de dag, jaren, maanden en seizoenen) feesten en hemellichamen:

ελληνικά ολλανδικά
Θα σε δω την Τετάρτη. Ik zal je woensdag zien.
O Φεβρουάριος είναι ο μικρότερος μήνας του έτους. Februari is de kortste maand van het jaar.
O χειμώνας φέτος ήταν βαρύς. De winter was zwaar dit jaar.
Το 2010 ήταν καλύτερο. 2010 was better.
Φέτος το Πάσχα θα είναι νωρίς. Dit jaar valt Pasen vroeg.
Ο Δίας είναι ένας από τους εννέα πλανήτες. Jupiter is een van de negen planeten.
Θα σε δω το μεσημέρι. Ik zal je tussen de middag zien.

Een bepaald lidwoord wordt o.a. gebruikt om naar een specifieke persoon te verwijzen, waarvan de spreker weet dat zijn gesprekspartner deze persoon kent:

ελληνικά ολλανδικά
1Ήρθε ο άνδρας της Ελένης. De man van Helen kwam.
2Ήρθε ο άνδρας της. Haar man kwam.
3Ο Μανόλης είναι ο φίλος μου. Manolis is mijn vriend.
4Ήρθαν τα παιδιά του γείτονα. De kinderen van de buurman kwamen.
5Πουλάει την καλύτερη ποιότητα. Hij verkoopt de beste kwaliteit.
6Του έδωσα τις πιο σημαντικές πληροφορίες. Ik gaf hem de meest belangrijke informatie.
7Έφυγε η γηναίκα που είδαμε χθες. De vrouw, die we gisteren zagen, vertrok.
8Επισκέφτηκε η κοπέλα που συνάντησα περασμένη εβδομάδα. Het meisje, dat ik vorige week ontmoette, kwam op bezoek.
9Kοίτα να κλείσεις την πύλη στον κήπο. Let erop de poort in de tuin te sluiten.
10Bρήκα την παρέα στο καφενείο. Ik vond het gezelschap in het cafe.
11Θέλω την άσπρη ζώνη. Ik wil de witte ceintuur.
12Θα ήθελα να αγοράσω τα μαύρα παπούτσια. Ik wil graag de zwarte schoenen kopen.
 N.B.
  • De zinnen 1 + 2 geven aan dat de gesprekspartner van de spreker, degene waar over gesproken wordt, kent.
  • Als het naamwoord zinsdeel bepaald is, zoals in de zinnen 3 + 4, wordt een bepaald lidwoord ook samen met een bezittelijk voornaamwoord gebruikt (hier «μου» en «του»). Is dat niet het geval dan wordt het lidwoord achterwege gelaten: «είναι φίλος της» - hij is een vriend van haar.
  • Afhankelijk van de graad van vergelijking van een bijvoegelijk naamwoord of een bijwoord, wordt het bepaalde lidwoord gebruikt in de zinnen 5 + 6.
  • Het bepaalde lidwoord wordt gebruikt als een naamwoord zinsdeel bepaald wordt:
  • doordat het vergezeld gaat van een bijzin zoals in de zinnen 7 + 8 door «που είδαμε χθες» en «που συνάντησα περασμένη εβδομάδα».
  • doordat er een zinsdeel met een voorzetsel volgt op het eerste zelfstandige naamwoord met meer informatie, zoals in de zinnen 9 + 10, «την πύλη στον κήπο» en «την παρέα στο καφενείο» (een combinatie met het voorzetsel «σε» )
  • doordat er een zinsdeel met een bijvoegelijk naamwoord op volgt, zoals in de zinnen 11 + 12.

Hier volgen nog aantal gevallen waarin het bepaalde lidwoord gebruikt wordt en waarin wij ze soms weglaten:

ελληνικά ολλανδικά
1Το είδα στην τηλεόραση. Ik zag het op de televisie.
2Ήρθε με το τρένο. Hij/zij kwam met de trein.
3Αγαπώ τη γλώσσα μου. Ik houd van mijn taal.
4Σκέφτεται το μέλλον του. Hij denkt aan zijn toekomst.
5Δε φοβάμαι το θάνατο. Ik ben niet bang voor de dood.
6Ήρθαν αυτοί οι φίλοι του χθες. Die vrienden van hem kwamen gisteren.
7Εκείνη την ημέρα θα φύγουν. Die dag zullen zij vertrekken.
8Όλοι οι άνθρωποι είναι θνητοί. Alle mensen zijn sterfelijk.
9Όλος ο κόσμος μιλάει γι’ αυτόν. Iedereen spreekt over hem.
10Το ποδόσφαιρο μ'αρέσει πιο πολύ από τα αθλήματα. Van de sporten hou ik het meeste van voetbal.
11Ένα χελιδόνι δε φέρνει την άνοιξη. Een zwaluw maakt nog geen lente.
12Τα τρία τέταρτα του πλανήτη μας είναι νερό. Driekwart van onze planeet is water.
13Είκοσι τοις εκατό του πληθυσμού συμφώνησε από την πρόταση Twintig procent van de bevolking was het met het voorstel eens.
14Ποιο παντελονι προτιμάς, το μπλε ή το μαύρο; Aan welke broek geef je de voorkeur, de blauwe of de zwarte?
15Από τις τρεις πίνακες κρεμώντας εδώ, μία έλειπε. Van de drie schilderijen die hier hingen, werd er een gemist.
16Οι πλούσιοι αγοράζουν ακριβά αυτοκίνητα. De rijken kopen dure auto's.
17Ο τελικός (αγώνας) θα τύχει αύριο. De finale zal morgen plaatsvinden.
18Τρέξαμε με δεκαπέντε χιλιόμετρα την ώρα. We liepen vijftien kilometer per uur.
 N.B.
  • Het bepaalde lidwoord in bovenstaande zinnen:
  • In de zinnen 1 en 2 verwijst het bepaalde lidwoord naar een lijdend voorwerp, waarvan het bestaan duidelijk is
  • In de zinnen 3, 4 en 5 wordt het aangewend om zelfstandige naamwoorden die een abstract begrip uitdrukken, weer te geven
  • Het wordt gebruikt wanneer een aanwijzend voornaamwoord is genoemd of als een onbepaald aantal wordt omschreven, zoals in de zinnen 6, 7, 8 en 9.
  • Hetzelfde geldt voor woorden die een algemeenheid aangeven, zoals in zin 10 + 11.
  • Het wordt gebruikt wanneer delen, percentages, cijfers en bijwoorden worden aangegeven, zoals in zin 12, 13, 14 en 15.
  • In uitdrukkingen met zelfstandig gebruikte bijvoegelijke naamwoorden, zoals in zin 16 + 17.
  • In uitdrukkingen die een evenredigheid weergeven, zoals in zin 18.

Het bepaalde lidwoord wordt weggelaten in de volgende gevallen:

  • Als het zelfstandig naamwoord het onderwerp is en een onderdeel van een geheel weergeeft zoals in de zinnen 1 + 2. Hetzelfde geld voor het lijdend voorwerp in 3 + 4.
  • In zin 5, 6 en 7 waarin het woordje «σαν» gebruikt wordt kan een lidwoord weggelaten worden, behalve als een specifieke persoon of ding wordt bedoeld.
  • In veel zinnen, zoals in 8, 9 en 10, waarin een voorzetsel gebruikt wordt samen in een zinsdeel met een naamwoord, wanneer het voorzetsel geen bijzondere betekenis aangeeft.
ελληνικά ολλανδικά
1Ένα κομμάτι ψωμί. Een stuk brood.
2Ένα μπουκάλι νερό. Een fles water.
3Μ'αρπέσει να τρώω ψάρι. Ik houd ervan vis te eten.
4Χύθηκα νερό στο τραπέζι. Ik morste water op de tafel.
5Tον αγαπάει σαν αδελφό της. Zij houdt van hem als van haar broer.
6Σαν γνωστός μού φάνηκες. Je deed je aan mij voor als een bekende.
7Σαν διευθυντής της εταιρείας, ήταν πολύ αυστηρός Als directeur van het bedrijf was hij erg streng.
8Το γραφείο μας έχει κατά προσέγγιση ένα εκατομμύριο σε πωλήσεις Ons kantoor heeft ongeveer een miljoen aan verkopen.
9Η κακή συμπεριφορά του τον έβαλε σε μπελάδες. Zijn slechte gedrag bezorgde hem last.
10Έκανε με προθυμία ό,τι του ζήτησα. Hij was bereid (dat) wat ik hem vroeg te doen.

Het onzijdige bepaalde lidwoord gebruikt in het enkelvoud:

ελληνικά ολλανδικά
1Mη σκέπτεσαι το χθες, κοίτα το αύριο. Denk niet aan gisteren, kijk naar morgen.
2Άργησα, άκουσε όμως το γιατί. Ik was laat, maar luister waarom.
3Το πληγώθηκε το εγώ του. Zijn ego werd erdoor gekwetst.
4Το τι μου είπε δεν μπορείς να φανταστείς! Dat wat hij me zei, kun je je niet voorstellen.
5Δεν ξέρω ακόμα το πόσο θα μου το στοιχίσω. Ik weet nog niet hoeveel het me gaat kosten.
6Μη ρώτα το πώς και το γιατί. Vraag niet naar het hoe en waarom.
7Πώς γράφεται το «δικηγόρος»; Hoe schrijf je advocaat?.
8Κλίνε το «κολυμπάω» στον παρατατικός. Vervoeg zwemmen in de onvoltooid verleden tijd.
9Ξέρετε το τραγούδι «Το Ποτάμι»; Kent u het lied De Rivier?
10Μην πήγαινε προς τα πάνω. Ga niet naar boven.
11Ήρθε προς τα εδώ. Hij kwam hier heen.
12Μάζεψαν τα παιχνίδιά τους στα γρήγορα. Zij verzamelden hun speelgoed haastig.
13Θα μπορούσα να βρώ το μερός στα τυφλά. Ik zou de plaats geblinddoekt kunnen vinden.
14Kοίταξε και λίγο τον εαυτό σου! Let ook een beetje op jezelf!
15Ξέρουν τους εαυτούς τους πολύ καλά. Zij kennen zichzelf erg goed.
16Και οι μεν και οι δεν είναι καλοί. Ze zijn wel of niet goed.
 N.B.
  • «το» in bovenstaande zinnen:
  • Het zelfstandige gebruik van een andere woordsoort:
  • In zin 1 is een bijvoegelijke naamwoord van tijd zelfstandig gebruikt.
  • In zin 2 is aan vragend bijvoegelijk naamwoord zelfstandig gebruikt
  • In zin 3 is een persoonlijk voornaamwoord zelfstandig gebruikt.
  • In de zinnen 4, 5 en 5. wordt «το» gebruikt om een zinsdeel te introduceren dat begint met een vragend voornaamwoord.
  • In de zinnen 7 + 8 verwijst het bepaalde lidwoord naar een specifiek woord.
  • Het wordt gebruikt voor titels van boeken, gedichten en liedjes, als in zin 9.
  • In de zinnen 10 + 11 wordt het onzijdige bepaalde lidwoord in het meervoud voor een bijwoord gebruikt. Dit zijn voornamelijk de bijwoorden «εδώ» en «εκεί» - hier en daar, «πάνω» en «κάτω» - boven en beneden, «μπρος» en «πίσω» - voor en achter
  • Het wordt gebruikt in standaard uitdrukkingen voor een onzijdig bijvoegelijk naamwoord in het meervoud, dat geinterpreteerd wordt als een bijwoord, zoals in de zinnen 12 + 13.
  • Bij een wederkerende uitdrukking wordt het bepaalde lidwoord gebruikt voor het naamwoord zelf - «εαυτός» in het enkelvoud en «εαυτούς» in het meervoud, gevolgd door een van de bezittelijke voornaamwoorden. Zie de zinnen 14 + 15.
  • Het bepaalde lidwoord wordt zelfstandig gebruikt in zinnen die het zinsdeel de een en de ander - «και ο μεν και ο δεν» bevatten. In dit geval wordt het lidwoord verbogen naar geslacht, enkel- of meervoud en naamval. Zie zin 16.